From 1 - 10 / 87
  • De lagen in deze serie geven per jaar alle kadastrale percelen weer waarvoor een milieu-/omgevingsvergunning (VLAREM II 5.18) is toegekend, gecombineerd met een aanduiding die de ontginningstoestand weergeeft.

  • De kaart met oplossingsscenario's voor erosieknelpunten bevat de gegevens uit de gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen in Vlaanderen, goedgekeurd door de afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen van de Vlaamse Overheid. De gegevens uit deze plannen zijn voorstellen van nuttig geachte erosiebestrijdingsmaatregelen. De opname van maatregelen in deze plannen wil niet zeggen dat de maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden. Aangezien nog niet alle erosiegevoelige gemeenten beschikken over een goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan, is de kaart niet als volledig te beschouwen. Naar schatting hebben ongeveer 120 gemeenten in het Vlaamse Gewest op minstens een deel van hun grondgebied te maken met water- en bewerkingserosie door de combinatie van de hellende topografie, het hoge leemgehalte in de bodem en de landbouwpraktijk met intensieve akkerbouw. In Vlaanderen zijn deze gemeenten geconcentreerd in een band van gemiddeld 30 kilometer in het zuiden van het Gewest. Een 100-tal gemeenten beschikken over een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan. Het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan is opgebouwd uit enerzijds de studie van historische en omgevingsfactoren (de analyse van de randvoorwaarden), en anderzijds de identificatie van erosieknelpunten samen met een concept van oplossing bestaande uit een combinatie van brongerichte en symptoomgerichte erosiebestrijdingsmaatregelen voor elk van de knelpunten (de knelpuntanalyse). Een knelpunt wordt gedefinieerd als het gebied dat afwatert naar een gekend erosieprobleempunt. De plannen die ter goedkeuring werden ingediend, werden opgesteld door tien verschillende studiebureaus. De verscheidenheid van naamgeving en symbologie van erosiebestrijdingsmaatregelen werd voor deze kaart gereduceerd tot tien klassen van maatregelen, verdeeld over punt-, lijn- en vlakmaatregelen. De datalaag "lijnmaatregelen" bevat de voorgestelde maatregelen die als een lijn kunnen weergegeven worden (bv. dammen, grasbufferstroken, grasgangen, buffergrachten en kleine landschapselementen).

  • Deze kaarten zijn rasterkaarten (grids) die de gemiddelde warmtegeleidbaarheid in Vlaanderen over 100 m diepte, tot de vaste rots of tot de gekarteerde diepte voorstellen. Voor de schatting van de warmtegeleidbaarheid werd beslist het HCOV-model te gebruiken. De toegepaste methodologie deelt de verschillende hydrogeologische lagen op in een bepaald aantal categorieën volgens het grondtype waaruit de laag hoofdzakelijk bestaat. Aan elke categorie werd op basis van literatuurgegevens een realistische gemiddelde waarde voor de thermische geleidbaarheid toegekend. Deze waarden werden verder getoetst door middel van een kalibratie aan de hand van meer dan 15 beschikbare TRT's, willekeurig in Vlaanderen uitgevoerd in het kader van reële bouwprojecten.

  • Bepaalde percelen met een lage erosiegevoeligheid op de potentiële bodemerosiekaart kunnen door hun specifieke ligging toch een belangrijke rol spelen in de bodemerosieproblematiek. Zo kunnen licht hellende gronden bovenop een plateau (plateaugronden) aan de bron liggen van bodemerosie op de eronder liggende percelen doordat zij afstromend water genereren. Valleigronden daarentegen ontvangen veel water van hoger gelegen percelen en kunnen daardoor getroffen worden door ernstige bodemerosie ondanks hun intrinsieke lage erosiegevoeligheid. Dergelijke percelen kunnen op aanvraag ingedeeld worden als 'andere erosiegerelateerde gronden'. Aan deze percelen wordt dan een code A toegekend. Daardoor wordt het mogelijk een beheerovereenkomst erosiebestrijding af te sluiten. Deze datalaag bevat de meest recente afbakeningen van andere erosiegerelateerde gronden in de vorm van geografische eenheden. De afbakening is onafhankelijk van de jaarlijks wijzigende perceelsgrenzen. Alle huidige en toekomstige percelen met een zeer lage tot verwaarloosbare bodemerosie die binnen de 'andere erosiegerelateerde gronden' vallen, krijgen automatisch de code A toegewezen.

  • De grondmechanische kaarten werden opgesteld door het Centrum voor Grondmechanische Kartering van Universiteit Gent en de Werkgroep of Kommissie voor Grondmechanische Kartering (verschillende auteurs) en uitgegeven onder auspiciën van het Rijksinstituut voor Grondmechanica. Quote uit de verklarende teksten bij de grondmechanische kaarten: "De grondmechanische kaarten beantwoorden aan een behoefte naar een samenvattende weergave van die komponenten van het geologisch milieu die een rol spelen bij het bodemgebruik en een invloed uitoefenen op het ontwerp, de bouw en het onderhoud van bouwwerken. Aan de verstrekte gegevens mag echter geen absolute nauwkeurigheid worden toegekend omwille van de interpolaties die bij het opstellen ervan werden gemaakt. De kaarten geven inlichtingen over de algemene geologische en grondmechanische gesteldheid van de ondergrond zoals ze afgeleid kan worden uit de ten tijde van de kartering beschikbare proeven. Het zijn dus enkel richtinggevende documenten en de auteurs kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor mogelijke toepassingen ervan. De grondmechanische kaarten kunnen de gebruiker in geen geval vrijstellen van het verrichten van aanvullende proeven in functie van welomschreven projecten." De Grondmechanische kaart 7.7.5-8 Ekeren-Zuid, Plaat X: Basis van de kwartaire sekwentie, schaal 1:10000. Verklarende tekst Grondmechanische kaart 7.7.5-8 Ekeren-Zuid (I. Bolle en I. Meyus onder leiding van E. De Beer, W. De Breuck en W. Van Impe).

  • De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand (2016-2021)

  • De laag geeft alle kadastrale percelen weer waarvoor een milieuvergunning (VLAREM II 5.18) is toegekend, gecombineerd met een aanduiding die de ontginningstoestand (01/01/2014) weergeeft.

  • De analyse van gravimetrische data in het kader van onderzoek naar het Brabant Massief werd uitgevoerd in 2004 door de British Geological Survey in samenwerking met GF Consult bvba en de Belgische Geologische Dienst onder toezicht van GF Consult. De studie werd uitgevoerd in opdracht van de Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie (ANRE), Departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (VLA04-3.1). De studie werd geïntegreerd in de eerder uitgevoerde studie met betrekking tot de aëromagnetische data van het Brabant Massief. Deze kaartlaag geeft de nieuwe meetpunten weer die verwerkt werden in deze studie, met meetwaarden van de Bouguer graviteit. Er zijn geen data gegeven voor de Antwerpse Kempen en de Westhoek omdat voor deze gebieden oudere data verwerkt werden (VLA02-7.3).

  • De beschrijvingen en interpretaties van de ondergrond omvatten de lithologische beschrijvingen, formele stratigrafie, informele stratigrafie, quartaire stratigrafie, gecodeerde lithologie, hydrogeologische stratigrafie, informele hydrogeologische stratigrafie en de geotechnische coderingen allen gekoppeld aan de boringen en/of sonderingen.

  • Een formele stratigrafie van een boring of een sondering is een lithostratigrafische interpretatie van een (gecodeerde) lithologische beschrijving op basis van een welbepaalde vastgelegde standaard per diepte-interval. DOV gebruikt de gangbare standaarden binnen Vlaanderen. U vindt een overzicht van de gebruikte standaarden op onze website. De formele stratigrafie wordt gebruikt om de dikte van het Quartair te identificeren, en om de onderliggende pakketten Neogene, Paleogene en/of oudere lagen te onderscheiden en te identificeren.