From 1 - 10 / 23
  • De dataset 'Bodemprofielen kartering Belgische bodemkaart' bevat de relevantste informatie van alle bodemprofielen (met inbegrip van bodemhorizonten) uit de Aardewerk-Vlaanderen-2010 databank. Voor een volledige weergave van alle attribuutinformatie van de bodemprofielen wordt verwezen naar de volledige Aardewerk-Vlaanderen-2010 databank. Aardewerk-Vlaanderen-2010 is een databank met de beschrijving en analyseresultaten van 7.020 bodemprofielen en 42.529 geassocieerde bodemhorizonten, aangevuld met 9.281 oppervlaktemonsters, allen gesitueerd op het grondgebied Vlaanderen en Brussel. Deze gegevens (143 variabelen) werden verzameld tijdens de systematische bodemprofielstudie, die tussen 1949 en 1971 werd uitgevoerd in België, onder auspiciën van het Instituut tot aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw. Het Centrum voor Grondonderzoek van de Rijksuniversiteit Gent met afdelingen aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Facultés des Sciences Agronomiques de Gembloux stond in voor de realisatie van deze studie.

  • The Belgian soil organic carbon (SOC) stock map for topsoils (0-30 cm) was composed of 2 regional SOC stock maps. For the regional maps a different approach was used for agricultural land as compared to forest. The maps are based on digital soil mapping approaches using empirical models calibrated to predict the SOC stock and using covariates that are available at a sufficient resolution at the regional scale. All maps are strongly dependent on the Belgian Soil Map (texture and drainage parameters). The regional maps were compiled at a finer resolution (10m x 10m and 40m x 40m grid cells). Next they were joined (40m x 40m grid cells) and finally scaled up to the required 1 by 1 km grid cells. This was done using the following tools: block statistics (mean), mosaic to new raster (mean), project to raster, block statistics (mean), resample (nearest neighbour) and project raster. Given the different origin of the individual maps, the uncertainty varies between maps. For instance, a map of the 90% confidence interval of the SOC stocks was produced for agricultural soils in Wallonia based on a Monte Carlo Approach taking into account both the measurement and the model uncertainties. For Flemish forest soils, spatial and analytical uncertainties were taken into account using bootstrapping techniques. For Flemish agricultural soils, the uncertainty reported is the model uncertainty on point estimates for each data point, in which the estimated model parameters are simulated 1000 times as being independent normal distributed variables using their model estimation and standard error as distribution parameters. No additional uncertainty is taken into account for the conversion functions that use the stochastic variables "bulk density". The SOC stock maps are the first comprehensive map for Belgium integrating grasslands, croplands and forests. There are two versions of the SOC stock maps for Belgium: 1) resolution of 40m x 40m in the coordinate reference system Lambert72 and 2) resolution of 1km x 1km in the coordinate reference system WGS84. The metadata are available and allow assessing the uncertainties of the stock estimates in the different component maps.

  • De kaart met oplossingsscenario's voor erosieknelpunten bevat de gegevens uit de gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen in Vlaanderen, goedgekeurd door de afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen van de Vlaamse Overheid. De gegevens uit deze plannen zijn voorstellen van nuttig geachte erosiebestrijdingsmaatregelen. De opname van maatregelen in deze plannen wil niet zeggen dat de maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden. Aangezien nog niet alle erosiegevoelige gemeenten beschikken over een goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan, is de kaart niet als volledig te beschouwen. Naar schatting hebben ongeveer 120 gemeenten in het Vlaamse Gewest op minstens een deel van hun grondgebied te maken met water- en bewerkingserosie door de combinatie van de hellende topografie, het hoge leemgehalte in de bodem en de landbouwpraktijk met intensieve akkerbouw. In Vlaanderen zijn deze gemeenten geconcentreerd in een band van gemiddeld 30 kilometer in het zuiden van het Gewest. Een 100-tal gemeenten beschikken over een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan. Het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan is opgebouwd uit enerzijds de studie van historische en omgevingsfactoren (de analyse van de randvoorwaarden), en anderzijds de identificatie van erosieknelpunten samen met een concept van oplossing bestaande uit een combinatie van brongerichte en symptoomgerichte erosiebestrijdingsmaatregelen voor elk van de knelpunten (de knelpuntanalyse). Een knelpunt wordt gedefinieerd als het gebied dat afwatert naar een gekend erosieprobleempunt. De plannen die ter goedkeuring werden ingediend, werden opgesteld door tien verschillende studiebureaus. De verscheidenheid van naamgeving en symbologie van erosiebestrijdingsmaatregelen werd voor deze kaart gereduceerd tot tien klassen van maatregelen, verdeeld over punt-, lijn- en vlakmaatregelen.

  • De dataset 'Oppervlaktemonsters kartering Belgische bodemkaart' bevat de relevantste informatie van alle oppervlaktemonsters uit de Aardewerk-Vlaanderen-2010 databank. Voor een volledige weergave van alle attribuutinformatie van de oppervlaktemonsters wordt verwezen naar de volledige Aardewerk-Vlaanderen-2010 databank. Aardewerk-Vlaanderen-2010 is een databank met de beschrijving en analyseresultaten van 7.020 bodemprofielen en 42.529 geassocieerde bodemhorizonten, aangevuld met 9.281 oppervlaktemonsters, allen gesitueerd op het grondgebied Vlaanderen en Brussel. Deze gegevens (143 variabelen) werden verzameld tijdens de systematische bodemprofielstudie, die tussen 1949 en 1971 werd uitgevoerd in België, onder auspiciën van het Instituut tot aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw. Het Centrum voor Grondonderzoek van de Rijksuniversiteit Gent met afdelingen aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Facultés des Sciences Agronomiques de Gembloux stond in voor de realisatie van deze studie.

  • De dataset 'Bodemprofielen kartering Belgische bodemkaart' bevat de relevantste informatie van alle bodemprofielen uit de Aardewerk-Vlaanderen-2010 databank. Voor een volledige weergave van alle attribuutinformatie van de bodemprofielen wordt verwezen naar de volledige Aardewerk-Vlaanderen-2010 databank. Aardewerk-Vlaanderen-2010 is een databank met de beschrijving en analyseresultaten van 7.020 bodemprofielen en 42.529 geassocieerde bodemhorizonten, aangevuld met 9.281 oppervlaktemonsters, allen gesitueerd op het grondgebied Vlaanderen en Brussel. Deze gegevens (143 variabelen) werden verzameld tijdens de systematische bodemprofielstudie, die tussen 1949 en 1971 werd uitgevoerd in België, onder auspiciën van het Instituut tot aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw. Het Centrum voor Grondonderzoek van de Rijksuniversiteit Gent met afdelingen aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Facultés des Sciences Agronomiques de Gembloux stond in voor de realisatie van deze studie.

  • De kaart met oplossingsscenario's voor erosieknelpunten bevat de gegevens uit de gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen in Vlaanderen, goedgekeurd door de afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen van de Vlaamse Overheid. De gegevens uit deze plannen zijn voorstellen van nuttig geachte erosiebestrijdingsmaatregelen. De opname van maatregelen in deze plannen wil niet zeggen dat de maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden. Aangezien nog niet alle erosiegevoelige gemeenten beschikken over een goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan, is de kaart niet als volledig te beschouwen. Naar schatting hebben ongeveer 120 gemeenten in het Vlaamse Gewest op minstens een deel van hun grondgebied te maken met water- en bewerkingserosie door de combinatie van de hellende topografie, het hoge leemgehalte in de bodem en de landbouwpraktijk met intensieve akkerbouw. In Vlaanderen zijn deze gemeenten geconcentreerd in een band van gemiddeld 30 kilometer in het zuiden van het Gewest. Een 100-tal gemeenten beschikken over een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan. Het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan is opgebouwd uit enerzijds de studie van historische en omgevingsfactoren (de analyse van de randvoorwaarden), en anderzijds de identificatie van erosieknelpunten samen met een concept van oplossing bestaande uit een combinatie van brongerichte en symptoomgerichte erosiebestrijdingsmaatregelen voor elk van de knelpunten (de knelpuntanalyse). Een knelpunt wordt gedefinieerd als het gebied dat afwatert naar een gekend erosieprobleempunt. De plannen die ter goedkeuring werden ingediend, werden opgesteld door tien verschillende studiebureaus. De verscheidenheid van naamgeving en symbologie van erosiebestrijdingsmaatregelen werd voor deze kaart gereduceerd tot tien klassen van maatregelen, verdeeld over punt-, lijn- en vlakmaatregelen. De datalaag "plangebieden" bevat de afbakening van de gebieden waarvoor de gemeenten hun gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen hebben opgemaakt.

  • AARDEWERK is een databank met de beschrijving en analyseresultaten van 7.020 bodemprofielen en 42.529 geassocieerde bodemhorizonten, aangevuld met 9.281 oppervlaktemonsters, allen gesitueerd op het grondgebied Vlaanderen en Brussel. Deze gegevens (143 variabelen) werden verzameld tijdens de systematische bodemprofielstudie, die tussen 1949 en 1971 werd uitgevoerd in België, onder auspiciën van het Instituut tot aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw. Het Centrum voor Grondonderzoek van de Rijksuniversiteit Gent met afdelingen aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Facultés des Sciences Agronomiques de Gembloux stond in voor de realisatie van deze studie.

  • De kaart met oplossingsscenario's voor erosieknelpunten bevat de gegevens uit de gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen in Vlaanderen, goedgekeurd door de afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen van de Vlaamse Overheid. De gegevens uit deze plannen zijn voorstellen van nuttig geachte erosiebestrijdingsmaatregelen. De opname van maatregelen in deze plannen wil niet zeggen dat de maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden. Aangezien nog niet alle erosiegevoelige gemeenten beschikken over een goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan, is de kaart niet als volledig te beschouwen. Naar schatting hebben ongeveer 120 gemeenten in het Vlaamse Gewest op minstens een deel van hun grondgebied te maken met water- en bewerkingserosie door de combinatie van de hellende topografie, het hoge leemgehalte in de bodem en de landbouwpraktijk met intensieve akkerbouw. In Vlaanderen zijn deze gemeenten geconcentreerd in een band van gemiddeld 30 kilometer in het zuiden van het Gewest. Een 100-tal gemeenten beschikken over een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan. Het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan is opgebouwd uit enerzijds de studie van historische en omgevingsfactoren (de analyse van de randvoorwaarden), en anderzijds de identificatie van erosieknelpunten samen met een concept van oplossing bestaande uit een combinatie van brongerichte en symptoomgerichte erosiebestrijdingsmaatregelen voor elk van de knelpunten (de knelpuntanalyse). Een knelpunt wordt gedefinieerd als het gebied dat afwatert naar een gekend erosieprobleempunt. De plannen die ter goedkeuring werden ingediend, werden opgesteld door tien verschillende studiebureaus. De verscheidenheid van naamgeving en symbologie van erosiebestrijdingsmaatregelen werd voor deze kaart gereduceerd tot tien klassen van maatregelen, verdeeld over punt-, lijn- en vlakmaatregelen. De datalaag "lijnmaatregelen" bevat de voorgestelde maatregelen die als een lijn kunnen weergegeven worden (bv. dammen, grasbufferstroken, grasgangen, buffergrachten en kleine landschapselementen).

  • De dataset 'Horizonten van de bodemprofielen kartering Belgische bodemkaart' bevat de relevantste informatie van alle horizonten van de bodemprofielen uit de Aardewerk-Vlaanderen-2010 databank. Voor een volledige weergave van alle attribuutinformatie van de bodemprofielen en horizonten wordt verwezen naar de volledige Aardewerk-Vlaanderen-2010 databank. Aardewerk-Vlaanderen-2010 is een databank met de beschrijving en analyseresultaten van 7.020 bodemprofielen en 42.529 geassocieerde bodemhorizonten, aangevuld met 9.281 oppervlaktemonsters, allen gesitueerd op het grondgebied Vlaanderen en Brussel. Deze gegevens (143 variabelen) werden verzameld tijdens de systematische bodemprofielstudie, die tussen 1949 en 1971 werd uitgevoerd in België, onder auspiciën van het Instituut tot aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw. Het Centrum voor Grondonderzoek van de Rijksuniversiteit Gent met afdelingen aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Facultés des Sciences Agronomiques de Gembloux stond in voor de realisatie van deze studie.

  • Voor het Vlaamse Gewest werd de Belgische bodemkaart omgezet naar WRB-2014, de 3de editie van het internationaal bodemclassificatiesysteem World Reference Base. Het resultaat ziet u in de kaartlaag ‘WRB Soil Units 40k: Bodemkaart van het Vlaamse Gewest volgens het internationale bodemclassificatiesysteem World Reference Base op schaal 1:40.000’. De kaartlaag op schaal 250.000 is een generalisatie van deze kaartlaag op schaal 1:40.000. De gegeneraliseerde kaartlaag bevat de dominante (meest voorkomende) Reference Soil Group (RSG) en de bijhorende Principal Qualifiers (PQ) en twee geassocieerde RSG’s met hun PQ’s (tweede en derde meest voorkomend) per kaarteenheid.