From 1 - 10 / 21
  • Contourenkaart van de actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid zoals vastgesteld in de herstelprogrammas voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem, het Brulandkrijtsysteem en het Sokkelsysteem (2016-2021)

  • Deze kaart geeft een overzicht van vastgestelde beschermingszones rond grondwaterwinningen in het Vlaamse gewest. Een beschermingszone is het geografisch gebied dat overeenkomstig artikel 3.2 van decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, is afgebakend om het grondwater in een waterwingebied tegen verontreiniging te vrijwaren. De procedure om de afbakening te realiseren is vastgelegd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones.

  • De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem en Ieperiaan aquifer (Grondwaterlichamen CVS_0600_GWL_2, CVS_0800_GWL_2 en BLKS_0600_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2016-2021)

  • De kaart geeft de diepte weer van het 6 Ωm grensvlak in meter ten opzichte van het maaiveld. Dit grensvlak kan beschouwd worden als het grensvlak tussen zoet en zout grondwater. Door de kaart samen met de datapunten te visualiseren weet men waar effectief gemeten werd en waar geïnterpoleerd werd. De kaart is het resultaat van elektromagnetische metingen die vanuit de lucht uitgevoerd werden in april 2014. Hierbij werd de weerstand van de ondergrond bepaald. Het 6 Ωm grensvlak werd hieruit afgeleid. Resistiviteiten (of weerstanden) van de ondergrond kleiner dan 6 Ωm kunnen vrijwel steeds worden toegeschreven aan de aanwezigheid van brak of zout grondwater. De kaart is richtinggevend en geeft een globaal beeld van de ruimtelijke verdeling van verzilte en niet verzilte sedimenten in de oostelijke kustvlakte. Om de lokale saliniteitsverdeling en lithologische variatie gedetailleerd te kennen is verder onderzoek door de eindgebruiker noodzakelijk.

  • De potentiële bodemerosiekaart per perceel (2016) geeft aan de hand van een klasse-indeling de totale potentiële erosie van een bepaald landbouwperceel weer. De totale potentiële erosie houdt geen rekening met het huidige landgebruik (grasland of akkerland). In het veld ‘Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag’ staat de informatie die overeenkomt met de erosiegevoeligheid op de verzamelaanvraag 2016. De goedgekeurde bezwaren, die voor 1 oktober 2015 werden ingediend, werden zowel in het veld 'Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag' als in het veld 'Totale erosie' verwerkt. De reeds goedgekeurde aanvragen van de verlaging van de erosiegevoeligheidsklasse op basis van een hoog koolstofgehalte werden in het veld 'Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag' verwerkt met aanduiding van ‘/ C’ achter de erosiegevoeligheid, maar het veld 'Totale erosie' behield zijn oorspronkelijke waarde voor deze percelen. De huidige kaart is het resultaat van een tweede update op 23 september 2016 waarin bijkomende groene percelen een code 'Anderen' kregen in het veld 'Erosiegevoeligheid verzamelaanvraag' op basis van nieuwe ingetekende A-gebieden in de kaartlaag 'Andere erosiegerelateerde gronden'. Eén perceel kreeg de code 'Beheerovereenkomst BO/NK'. Een eerste update op 22 februari 2016 met goedgekeurde aanvragen 'strategisch grasland' en later ingediende bezwaren op de erosiekaart van 2015 en aanvragen voor verlaging op basis van koolstofgehalte. In de loop van 2016 volgt nog een beperkte update van de erosiekaart 2016 aan de hand van de resterende later ingediende bezwaren op de erosiekaart van 2015 en aanvragen voor de verlaging van de erosiegevoeligheidsklasse op basis van een hoog koolstofgehalte. Erosie door water is een proces waarbij bodemdeeltjes door de impact van regendruppels en afstromend water worden losgemaakt en getransporteerd, hetzij laagsgewijs over een grote oppervlakte, hetzij geconcentreerd in geulen en ravijnen. Dit leidt o.m. tot een afname van de bodemkwaliteit en -productiviteit, maar ook tot belangrijke schade door modderoverlast in stroomafwaarts gelegen (woon)gebieden. Bodemerosie is een van de belangrijkste vormen van bodemaantasting in Vlaanderen. De potentiële bodemerosiekaart per perceel is gebaseerd op de percelenkaart 2015. De potentiële bodemerosiekaart per perceel werd opgesteld door middel van computermodellering met een ruimtelijke resolutie van 5x5 m (Onderzoeksgroep Fysische en Regionale Geografie, Departement Aard- en Omgevingswetenschappen, K.U.Leuven). De berekening van de erosie is gebaseerd op de herziene universele bodemverliesvergelijking of R.U.S.L.E. (Revised Universal Soil Loss Equation, Renard et al, 1991). Het betreft een empirisch model waarmee de gemiddelde jaarlijkse bodemerosiesnelheid per oppervlakte-eenheid als gevolg van intergeul- en geulerosie wordt berekend als een product van 6 factoren.

  • De kaart geeft de diepte weer van het 6 Ωm grensvlak in meter ten opzichte van het maaiveld. Dit grensvlak kan beschouwd worden als het grensvlak tussen zoet en zout grondwater. Door de kaart samen met de datapunten te visualiseren weet men waar effectief gemeten werd en waar geïnterpoleerd werd. De kaart is het resultaat van elektromagnetische metingen die vanuit de lucht uitgevoerd werden in april 2014. Hierbij werd de weerstand van de ondergrond bepaald. Het 6 Ωm grensvlak werd hieruit afgeleid. Resistiviteiten (of weerstanden) van de ondergrond kleiner dan 6 Ωm kunnen vrijwel steeds worden toegeschreven aan de aanwezigheid van brak of zout grondwater. De kaart is richtinggevend en geeft een globaal beeld van de ruimtelijke verdeling van verzilte en niet verzilte sedimenten in de oostelijke kustvlakte. Om de lokale saliniteitsverdeling en lithologische variatie gedetailleerd te kennen is verder onderzoek door de eindgebruiker noodzakelijk.

  • Bepaalde percelen met een lage erosiegevoeligheid op de potentiële bodemerosiekaart kunnen door hun specifieke ligging toch een belangrijke rol spelen in de bodemerosieproblematiek. Zo kunnen licht hellende gronden bovenop een plateau (plateaugronden) aan de bron liggen van bodemerosie op de eronder liggende percelen doordat zij afstromend water genereren. Valleigronden daarentegen ontvangen veel water van hoger gelegen percelen en kunnen daardoor getroffen worden door ernstige bodemerosie ondanks hun intrinsieke lage erosiegevoeligheid. Dergelijke percelen kunnen op aanvraag ingedeeld worden als 'andere erosiegerelateerde gronden'. Aan deze percelen wordt dan een code A toegekend. Daardoor wordt het mogelijk een beheerovereenkomst erosiebestrijding af te sluiten. Deze datalaag bevat de meest recente afbakeningen van andere erosiegerelateerde gronden in de vorm van geografische eenheden. De afbakening is onafhankelijk van de jaarlijks wijzigende perceelsgrenzen. Alle huidige en toekomstige percelen met een zeer lage tot verwaarloosbare bodemerosie die binnen de 'andere erosiegerelateerde gronden' vallen, krijgen automatisch de code A toegewezen.

  • De metadataset 'Potentiële bodemerosiekaart per perceel' omvat de sinds 2013 jaarlijks aangemaakte potentiële bodemerosiekaarten per perceel. Deze kaarten geven aan de hand van een klasse-indeling de totale potentiële erosie van een bepaald landbouwperceel weer. Details per kaart per jaar worden in de respectieve metadata vermeld.

  • De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Oligoceen Aquifersysteem (Grondwaterlichamen CVS_0400_GWL_1 en BLKS_0400_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2016-2021)

  • Het betreft de datapunten van de eerste meetcampagne van het elektromagnetisch onderzoek vanuit de lucht uitgevoerd aan de Oostkust (Knokke-Heist, Brugge en Damme) in april 2014 waarbij de weerstand van de ondergrond werd bepaald. Een helikopter vloog toen parallelle lijnen met een tussenafstand van 250m, met uitzondering van het Zwin waar een tussenafstand van 100m werd gehanteerd. De data op deze vluchtlijnen werd samen met de data van de tweede meetcampagne (2017) gebruikt om de verziltingskaart 2014/2017 op te maken en geeft aan waar effectief gemeten werd. Bij de datapunten horen ook resistiviteitsprofielen. Deze geven de weerstandsverdeling in de ondergrond weer langs de vluchtlijn waarop het datapunt gelegen is. Het betreft een weergave van de bulk resistiviteit, m.a.w. de algemene resistiviteit van de ondergrond (sediment + grondwater). De waarde van 6 ohm.m wordt hierbij algemeen beschouwd als de grens tussen zoete en zilte sedimenten. In de figuren zijn regelmatig onderbrekingen zichtbaar, op deze locaties kon de helikopter geen betrouwbare meting verrichten. De horizontale resolutie van deze figuren is de meetresolutie van de helikopter, met ongeveer een meting per 40m. De verticale resolutie is de laagindeling volgens de gebruikte inversiemethode.