From 1 - 10 / 120
  • The potential soil erosion aggregated for a grid of 1 km shows the average potential erosion (ton/ha) for a specific grid cell. The map is the sum of water and tillage erosion. The map takes into account 4 types of land use: forest, permanent cover, agricultural crops without permanent cover and other land use. The map is based on the soil erosion map aggregated for each agricultural parcel in Flanders (2010). The original map on parcel level is a product of computer modeling with a spatial resolution of 5 m * 5 m by the "Physical and Regional Geography Division, Department of Earth and Environmental Sciences, K.U. Leuven". The calculation of water erosion is based on the Revised Soil Loss Equation (RUSLE, Renard et al., 1991) using a 2 dimensional approach for calculating the LS factor based on Desmet and Govers (1996). The water erosion is calculated with a crop factor of 0,001 for forest, a crop factor of 0,01 for permanent cover (excluding forest), a crop factor of 0,37 for other agricultural crops and a crop factor of 0 for other land use. Tillage erosion is calculated according to the WaTEM/SEDEM model based on Van Oost et al. (2000).

  • De pakketten worden weergegeven onder de vorm van asc-rasters, grids, die de hoogte van de basis van een pakket/eenheid weergeven (mTAW). Daarnaast zijn er ook van enkele pakketten dikterasters (m) en/of rasters van de hoogte van de top (mTAW). Daarnaast worden van alle pakketten XYZ-tabellen ter beschikking gesteld. Op deze manier kan de data uitgelezen worden in elk GIS- of ander softwarepakket. Het Geologisch 3D model is opgemaakt in het kader van de beheersovereenkomst van de Vlaamse overheid met VITO, onder de noemer VLAKO, in opdracht van het departement LNE - Afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen.

  • Met het grensoverschrijdende Interreg-project "GEOHEAT-APP" wilden VITO, Grontmij en TNO de concrete haalbaarheid van (diepe) geothermische systemen in de grensregio Vlaanderen-Nederland nagaan. Men spreekt over diepe geothermie wanneer de warmte uit lagen dieper dan 500 m onttrokken wordt. Deze kaarten zijn rasterkaarten (grids) die de temperatuur (°C) van de top van volgende 4 potentiële reservoirs voorstellen in cellen van 250m op 250m : Krijt, Trias, Westfaliaan D en Dinantiaan.

  • Deze laag geeft de hoogte van de top (mTAW) van IE-z-1.

  • In opdracht van de toenmalige afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie, nu Afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond en Natuurlijke Rijkdommen, werden isohypsenkaarten gemaakt van het Tertiair in Vlaanderen. Aan de hand van de beschikbare geologische gegevens (ontsluitingen, boringen, seismische profielen, boorgatmetingen enz. ...) werd voor elk van de Tertiaire formaties in Vlaanderen en Brussel het verloop van de basis van deze formatie opgesteld in de vorm van isohypsenkaarten. Het rapport omvat de voorkomensgebieden van de Tertiaire formaties, de breuken en de isohypsen van de basis van de Tertiaire formaties.

  • Deze lagen geven de dikte (m) weer van de 20 geologische eenheden.

  • De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand (2016-2021)

  • De grondmechanische kaarten werden opgesteld door het Centrum voor Grondmechanische Kartering van Universiteit Gent en de Werkgroep of Kommissie voor Grondmechanische Kartering (verschillende auteurs) en uitgegeven onder auspiciën van het Rijksinstituut voor Grondmechanica. Quote uit de verklarende teksten bij de grondmechanische kaarten: "De grondmechanische kaarten beantwoorden aan een behoefte naar een samenvattende weergave van die komponenten van het geologisch milieu die een rol spelen bij het bodemgebruik en een invloed uitoefenen op het ontwerp, de bouw en het onderhoud van bouwwerken. Aan de verstrekte gegevens mag echter geen absolute nauwkeurigheid worden toegekend omwille van de interpolaties die bij het opstellen ervan werden gemaakt. De kaarten geven inlichtingen over de algemene geologische en grondmechanische gesteldheid van de ondergrond zoals ze afgeleid kan worden uit de ten tijde van de kartering beschikbare proeven. Het zijn dus enkel richtinggevende documenten en de auteurs kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor mogelijke toepassingen ervan. De grondmechanische kaarten kunnen de gebruiker in geen geval vrijstellen van het verrichten van aanvullende proeven in functie van welomschreven projecten."

  • Digitale vectoriële dataset van de analoge Bodemkaart van België voor het grondgebied van Vlaanderen. Alle kaartelementen van de analoge kaarten (gepubliceerd op kaartschaal 1: 20 000) zijn zorgvuldig manueel gedigitaliseerd en voorzien van een code, overeenkomstig het gebruikte classificatiesysteem: morfogenetisch voor binnen-Vlaanderen (substraat, textuurklasse, drainageklasse, profielontwikkelingsgroep, fase en variante) en geomorfologisch voor de Kuststreek (substraat, serie, subserie, type, subtype en variante). De digitale versie van de bodemkaart is vrijwel systematisch gecontroleerd t.o.v. de analoge bodemkaarten. De polygonen werden ingekleurd zoals op de analoge bodemkaart. Waar beschikbaar zijn voor elk bodemtype de algemene kenmerken (Van Ranst E. en Sys C., 2000) en foto's van een representatief bodemprofiel en representatieve omgevingen weergegeven. Tenslotte bestaat voor elke polygoon de mogelijkheid om de scan van het analoge bodemkaartblad, het toelichtingsboekje en de basiskaarten op schaal 1:5000 op te roepen. Deze dataset is omwille van de visualisatie onderverdeeld in 5 kaartlagen bij publicatie in de bodemverkenner: bodemtypes, substraten, fasen, varianten van het moedermateriaal en de profielontwikkeling. De kaartlaag met de bodemtypes bevat ook al de attributen van de andere kaartlagen. De bodemkaart werd in juni 2017 geupdate met enkele militaire domeinen en een unibodemtype voor de classficatie van de zeepolders en verschillende fouten werden verbeterd.

  • Deze laag geeft de dikte (m) weer van BX-z-1.