From 1 - 3 / 3
  • Bedoeling was om aan de inhoud van de bestaande kaarten niet te raken, enkel daar waar er aan de randen moeilijkheden ondervonden werden met aaneensluiting. In eerste instantie werd nagegaan waar de boringen gelokaliseerd zijn in die specifieke probleemgrensstroken. Voor het aaneensluiten van de verschillende kaartbladen werden de interpretaties van de respectievelijke boringen zorgvuldig bekeken en zonodig geherinterpreteerd om aaneensluiting mogelijk te maken. Op de resulterende kaart worden uiteindelijk 25 karteereenheden onderscheiden. Iedere karteereenheid is genetisch en chronostratigrafisch gedefinieerd. De karteereenheden vormen de bouwstenen van de verschillende profieltypes. Een profieltype is dus gedefinieerd aan de hand van een welbepaalde opeenvolging van de karteereenheden. Om een profieltypekaart leesbaar te houden is het echter wenselijk om het aantal eenheden per profieltype te beperken tot acht (Mengling & Vinken, 1975). Dat maximum aantal eenheden is in geen enkel profieltype bereikt. De oorspronkelijke karteereenheden waren verschillend gedefinieerd, afhankelijk van de opdrachthouder die de kartering (1/50.000) heeft uitgevoerd, of zelfs van kaartblad tot kaartblad opgesteld door dezelfde opdrachthouder. Sommige karteereenheden waren lithostratigrafisch benoemd, anderen waren lithologisch gedefinieerd. Daarenboven gebruikten de diverse opdrachthouders doorgaans verschillende lithostratigrafische benamingen voor dezelfde karteereenheid. Met de doelstelling voor ogen dat deze overzichtskaart in eerste instantie voor een niet-geoloog is bestemd, is geopteerd voor een eenvoudige definiëring van de karteereenheden. De karteereenheden zijn bijgevolg gedefinieerd aan de hand van de genese en de ouderdom van de afzettingen. Op basis van de genese worden vier groepen onderscheiden, namelijk fluviatiele afzettingen (F), eolische afzettingen (E), getijdenafzettingen (G) en hellingsafzettingen (H). Wat de quartaire chronostratigrafie betreft, worden in Vlaanderen twee classificaties gevolgd. Een eerste groep volgt de internationale classificatie zoals die is vastgelegd door de International Union of Geological Sciences (IUGS, 2000). Daarbij vangt het Quartair 1,81 miljoen jaar geleden aan. Die bepaling is echter alleen gebaseerd op de studie van mariene sedimenten die afkomstig zijn van Zuid-Italië (Aguirre & Pasini, 1985). De kaarten die de Katholieke Universiteit Leuven heeft opgesteld volgen deze classificatie. Een tweede groep volgt de Noordwest-Europese classificatie. Het Quartair, meer bepaald het Pleistoceen, is oorspronkelijk gedefinieerd in Noordwest-Europa als de periode waarin koude invloeden duidelijk hun stempel op de afzettingen hebben gedrukt (Lyell, 1839). Het Quartair is dan ook met een koude fase begonnen ongeveer 2,6 miljoen jaar geleden. Die fase wordt onder andere gekenmerkt door het verdwijnen van de subtropische planten, door veranderingen bij de zoogdieren en door de aanwezigheid van schelpen en andere organismen in de Noordzee die vandaag nog enkel in koudere gebieden voorkomen. Al die veranderingen vallen zo goed als samen met de omkering van het aardmagnetische veld, de Gauss – Matuyamagrens genoemd. Op basis van die elementen gebruikt de auteur van deze quartairgeologische overzichtskaart, evenals onder andere geologen in België, Nederland, Groot-Brittannië en in andere landen, de oorspronkelijke definiëring van het Quartair. In de "plenaire sessie van het ICS in Kyoto (1992)" is gebleken dat de sterke stroming binnen de groep van quartairgeologen om de ondergrens van het Quartair te herdefiniëren naar de vroegere grens van ongeveer 2,6 miljoen jaar resultaten boekt. Een gezamenlijke groep van specialisten uit het Quartair en het Neogeen onderzoekt het probleem opnieuw. Aangezien beide classificaties in Vlaanderen worden gehanteerd, is bij de opmaak van deze kaart een chronostratigrafische overzichtstabel opgesteld waarop beide classificaties zijn voorgesteld zodat de gebruiker steeds een leidraad bij de hand heeft om de informatie in de tijd te plaatsen.

  • Digitale vectoriële dataset van de tertiair geologische kaarten van Vlaanderen en Brussel, gepubliceerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap/Vlaamse Overheid, Dept LNE (ALBON) in samenwerking met de Belgisch Geologische Dienst (BGD). De tertiair geologische kaart geeft de tertiaire formaties weer die aan het oppervlakte komen onder het pré-quartaire erosievlak. De legende van de kaart is lithostratigrafisch. (https://www.dov.vlaanderen.be/page/neogeen-en-paleogeen) De tertiair geologische kaart is gecompileerd door de universiteiten van Gent en Leuven tussen 1989 en 2001.

  • Generalisatie van de digitale vectoriële dataset van de Tertiair geologische kaarten van Vlaanderen en Brussel, gepubliceerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap/Vlaamse Overheid, Dept LNE (ALBON) in samenwerking met de Belgisch Geologische Dienst (BGD). De tertiair geologische kaart geeft de tertiaire formaties weer die aan het oppervlakte komen onder het pré-quartaire erosievlak. De legende van de kaart is lithostratigrafisch. (https://www.dov.vlaanderen.be/page/neogeen-en-paleogeen) De tertiair geologische kaart is gecompileerd door de universiteiten van Gent en Leuven tussen 1989 en 2001.