Grondmechanische kaart

De grondmechanische kaarten van Antwerpen en Gent werden opgesteld tussen 1976 en 1993 door de Kommissie of Werkgroep voor Grondmechanische Kartering en het Centrum voor Grondmechanische Kartering van de Rijksuniversiteit Gent door I. Bolle, M. Buysse, E. De Beer, W. De Breuck, M. DeCeukelaire, G. De Moor, D. Desmet, J. D’Huyvetter, G. Franceschi, J. Maertens, M. Mahauden, I.Meyus, R. Tavernier, Ph. Van Burm, W. Van Impe.

De grondmechanische kaarten werden uitgegeven onder de auspiciën van het Rijksinstituut voor Grondmechanica met subsidies van het Ministerie van Openbare Werken.

De grondmechanische kaarten worden door DOV onderaan deze pagina aangeboden op de volgende manieren:

  1. Shapefile met een overzicht van de gekarteerde zones van de grondmechanische kaarten
  2. Gegeorefereerde scans (geoTIFF-bestanden) van de originele grondmechanische platen
  3. File Geodatabase (ESRI) van de gekarteerde eenheden
  4. Ingescande Verklarende teksten bij de grondmechanische kaarten
  5. Bijhorende geologische doorsneden
  6. Metadatafiles

Bij het gebruik van de grondmechanische kaarten dient de onderstaande waarschuwing in acht genomen te worden. Quote uit de originele rapporten:

De grondmechanische kaarten beantwoorden aan een behoefte naar een samenvattende weergave van die komponenten van het geologische milieu die een rol spelen bij het bodemgebruik en een invloed uitoefenen op het ontwerp, de bouw en het onderhoud van bouwwerken. Aan de verstrekte gegevens mag echter geen absolute nauwkeurigheid worden toegekend omwille van de interpolaties en extrapolaties die bij het opstellen ervan werden gemaakt. De kaarten geven inlichtingen over de algemene geologische en grondmechanische gesteldheid van de ondergrond zoals ze afgeleid kan worden uit de ten tijde van de kartering beschikbare proeven. Het zijn dus enkel richtinggevende dokumenten en de auteurs kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor mogelijke toepassingen ervan. De grondmechanische kaarten kunnen de gebruiker in geen geval vrijstellen van het verrichten van aanvullende proeven in functie van welomschreven projecten.