Keyword

Toegevoegd GDI-Vl

3310 record(s)

 

Type of resources

Topics

Keywords

Contact for the resource

Provided by

Years

Formats

Representation types

Update frequencies

Status

Scale

Resolution

From 1 - 10 / 3310
  • The potential soil erosion aggregated for a grid of 1 km shows the average potential erosion (ton/ha) for a specific grid cell. The map is the sum of water and tillage erosion. The map takes into account 4 types of land use: forest, permanent cover, agricultural crops without permanent cover and other land use. The map is based on the soil erosion map aggregated for each agricultural parcel in Flanders (2010). The original map on parcel level is a product of computer modeling with a spatial resolution of 5 m * 5 m by the "Physical and Regional Geography Division, Department of Earth and Environmental Sciences, K.U. Leuven". The calculation of water erosion is based on the Revised Soil Loss Equation (RUSLE, Renard et al., 1991) using a 2 dimensional approach for calculating the LS factor based on Desmet and Govers (1996). The water erosion is calculated with a crop factor of 0,001 for forest, a crop factor of 0,01 for permanent cover (excluding forest), a crop factor of 0,37 for other agricultural crops and a crop factor of 0 for other land use. Tillage erosion is calculated according to the WaTEM/SEDEM model based on Van Oost et al. (2000).

  • Vlaanderen is opgebouwd uit een afwisseling van watervoerende lagen (zand, grind, krijt, vast gesteente, ...) en regionaal voorkomende niet-watervoerende lagen (bijvoorbeeld klei). De opeenvolging van deze aquifers en aquitards heeft in Vlaanderen een eigen codering: de Hydrogeologische Codering van de Ondergrond van Vlaanderen (HCOV-codering). De HCOV-codering is opgebouwd uit hydrogeologische hoofd-, sub- en basiseenheden. De hoofdeenheid groepeert een opeenvolging van geologische lagen die globaal dezelfde hydrogeologische eigenschappen hebben en zo een geheel vormen. De hydrogeologische hoofdeenheid Kempens Aquifersysteem wordt gevormd door alle Tertiaire en Quartaire afzettingen boven de Boomse kleilaag. Geografisch komen deze lagen hoofdzakelijk voor in het bekken van de Kempen. Het betreft hier de zone ten noordoosten van de dagzoming van de Formatie van Boom. Deze hydrogeologische zone bestaat hoofdzakelijk uit een opeenvolging van diverse Tertiaire en Quartaire zanden, afgewisseld met al dan niet belangrijke lokale kleilagen. De subeenheid 0210 Omvat het lokale hydrogeologisch systeem opgebouwd door de verschillende leden behorende tot de Kiezeloölietformatie en de zanden van Lommel en Bocholt, deel van de Maas- en Rijnafzettingen. In tegenstelling tot de andere sub-eenheden komt de 0210 enkel voor ten noorden van de Feldbiss-breukzone. Het betreft hier dus voornamelijk een geografisch afgesloten geheel.

  • Vlaanderen is opgebouwd uit een afwisseling van watervoerende lagen (zand, grind, krijt, vast gesteente, ...) en regionaal voorkomende niet-watervoerende lagen (bijvoorbeeld klei). De opeenvolging van deze aquifers en aquitards heeft in Vlaanderen een eigen codering: de Hydrogeologische Codering van de Ondergrond van Vlaanderen (HCOV-codering). De HCOV-codering is opgebouwd uit hydrogeologische hoofd-, sub- en basiseenheden. De hoofdeenheid groepeert een opeenvolging van geologische lagen die globaal dezelfde hydrogeologische eigenschappen hebben en zo één geheel vormen. Deze hydrogeologische hoofdeenheid omvat het volledige aquifersysteem tussen de afsluitende lagen van de Boomse klei (Formatie van Boom) en de Bartoon klei (Formatie van Maldegem). Het betreft hier een opeenvolging van al dan niet met elkaar in contact staande watervoerende lagen, gescheiden door niet continue kleilagen van beperkte omvang. Deze hoofdeenheid wordt onder meer gevormd door de lagen behorend tot de Formaties van Bilzen, Borgloon, Sint-Huibrechts-Hern en Zelzate.

  • De voorkomensgrens van het DEM_VLAKO geeft de grens weer van het gebruikte digitaal hoogtemodel. Het Geologisch 3D model is opgemaakt in het kader van de beheersovereenkomst van de Vlaamse overheid met VITO, onder de noemer VLAKO, in opdracht van het departement LNE - Afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen.

  • De thermische geleidbaarheidskaarten van de Vlaamse ondergrond tot 100 meter, in opdracht van de Afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond en Natuurlijke Rijkdommen, geven de thermische geleidbaarheid van de Vlaamse ondergrond tot een diepte van 100m of tot op de vaste rots. Deze lijnenkaart stelt de minimale thermische geleidbaarheid van de Vlaamse ondergrond tot 100 meter voor. De contouren hebben een equidistantie van 0.1 W/mK. Elke sprong stelt bijgevolg een verschil in thermische geleidbaarheid van 0.1 W/mK voor. De minimale gemiddelde thermische geleidbaarheid over een diepte van 100 meter bedraagt 1.6 W/mK.

  • Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ... Er zijn zes grondwatersystemen: - het Kust- en Poldersysteem - het Centraal Vlaams Systeem - het Sokkelsysteem - het Maassysteem - het Centraal Kempisch Systeem - het Brulandkrijtssyteem

  • Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ... Er zijn zes grondwatersystemen: - het Kust- en Poldersysteem - het Centraal Vlaams Systeem - het Sokkelsysteem - het Maassysteem - het Centraal Kempisch Systeem - het Brulandkrijtssyteem

  • Deze metadataset omvat de metadata van de sinds 2013 jaarlijks aangemaakte datasets met betrekking tot de andere erosiegerelateerde gronden. Bepaalde percelen met een lage erosiegevoeligheid op de potentiële bodemerosiekaart kunnen door hun specifieke ligging toch een belangrijke rol spelen in de bodemerosieproblematiek. Zo kunnen licht hellende gronden bovenop een plateau (plateaugronden) aan de bron liggen van bodemerosie op de eronder liggende percelen doordat zij afstromend water genereren. Valleigronden daarentegen ontvangen veel water van hoger gelegen percelen en kunnen daardoor getroffen worden door ernstige bodemerosie ondanks hun intrinsieke lage erosiegevoeligheid. Dergelijke percelen kunnen op aanvraag ingedeeld worden als 'andere erosiegerelateerde gronden'. Aan deze percelen wordt dan een code A toegekend. Daardoor wordt het mogelijk een beheerovereenkomst erosiebestrijding af te sluiten.De afbakening is onafhankelijk van de jaarlijks wijzigende perceelsgrenzen. Alle huidige en toekomstige percelen met een zeer lage tot verwaarloosbare bodemerosie die binnen de 'andere erosiegerelateerde gronden' vallen, krijgen automatisch de code A toegewezen.

  • In opdracht van de toenmalige afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie, nu Afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond en Natuurlijke Rijkdommen, werden isohypsenkaarten gemaakt van het Tertiair in Vlaanderen. Aan de hand van de beschikbare geologische gegevens (ontsluitingen, boringen, seismische profielen, boorgatmetingen enz. ...) werd voor elk van de Tertiaire formaties in Vlaanderen en Brussel het verloop van de basis van deze formatie opgesteld in de vorm van isohypsenkaarten. Het rapport omvat de voorkomensgebieden van de Tertiaire formaties, de breuken en de isohypsen van de basis van de Tertiaire formaties.

  • De thermische geleidbaarheidskaarten van de Vlaamse ondergrond tot 100 meter, in opdracht van de Afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond en Natuurlijke Rijkdommen, geven de thermische geleidbaarheid van de Vlaamse ondergrond tot een diepte van 100m of tot op de vaste rots. Deze lijnenkaart stelt de gemiddelde thermische geleidbaarheid van de Vlaamse ondergrond tot 100 meter voor. De contouren hebben een equidistantie van 0.1 W/mK. Elke sprong stelt bijgevolg een verschil in thermische geleidbaarheid van 0.1 W/mK voor.